ECLI:NL:RBDHA:2025:22226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaarschriften tegen beëindiging opvang Landelijke Vreemdelingen Voorziening Groningen
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft de beroepen van eisers tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun bezwaarschriften tegen het beëindigen van de opvang en begeleiding in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) te Groningen. De LVV bood opvang en begeleiding aan personen die illegaal in Nederland verbleven, maar de minister heeft besloten de samenwerking en financiering van de LVV per 1 januari 2025 te beëindigen.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaarschriften te laat zijn ingediend, aangezien de termijn van vier weken na de feitelijke handeling op 1 januari 2025 is overschreden. Eisers stelden dat het te laat indienen verschoonbaar was vanwege gewekt vertrouwen en het ontbreken van een kenbare feitelijke handeling, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk, mede omdat eisers werden bijgestaan door een professionele gemachtigde die hen op tijd heeft geïnformeerd.
Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, zijn de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor is een belangenafweging niet aan de orde en blijven de bestreden besluiten in stand. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bezwaren niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wijst de beroepen ongegrond.