ECLI:NL:RBDHA:2025:21574
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht vastgesteld ondanks betwisting koerslijst
Eiser betaalde BPM over een Landrover Range Rover Evoque en kreeg later een naheffingsaanslag opgelegd door verweerder, gebaseerd op een forfaitaire afschrijvingstabel. Eiser voerde aan dat een andere koerslijst van een taxatiebureau gebruikt moest worden, maar trok dit beroep tijdens de zitting in. De rechtbank oordeelde dat eiser de bewijslast droeg voor de juistheid van de koerslijst en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de door hem ingediende koerslijst correct was, mede door het ontbreken van het geboortekaartje en het verschil in optiewaarden tussen de lijsten.
De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld op basis van de forfaitaire tabel. Daarnaast was de redelijke termijn voor bezwaar en beroep overschreden met bijna twaalf maanden, waardoor eiser recht had op een vergoeding van immateriële schade van €1.000, waarvan €500 voor rekening van verweerder en €500 voor de Staat. De rechtbank veroordeelde verweerder en de Staat tot betaling van deze vergoeding en tot vergoeding van proceskosten, ieder voor de helft.
De uitspraak werd gedaan door rechter W. de Wit op 26 september 2025. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard; vergoeding immateriële schade en proceskosten worden toegekend wegens termijnoverschrijding.