ECLI:NL:RBDHA:2025:21014

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
11838384 \ EJ VERZ 25-83671
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet en verzoek om vergoedingen na beëindiging arbeidsovereenkomst

In deze zaak heeft de kantonrechter te Leiden op 5 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [verzoekster] en Linqed B.V. [verzoekster] heeft een verzoek ingediend na een ontslag op staande voet dat zij als onterecht beschouwt. De kantonrechter heeft vastgesteld dat het ontslag niet rechtsgeldig was, omdat er geen dringende reden aanwezig was. [verzoekster] had zich niet schuldig gemaakt aan fraude of andere dringende redenen die een ontslag op staande voet rechtvaardigen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Linqed de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Hierdoor heeft [verzoekster] recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter heeft de hoogte van de billijke vergoeding vastgesteld op € 9.849,60 bruto, en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging op € 2.426,40 bruto. Daarnaast is Linqed veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 209,75 bruto. De verzoeken van Linqed in het tegenverzoek zijn afgewezen. De proceskosten zijn voor Linqed, die grotendeels in het ongelijk is gesteld.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
Zaaknummer / rekestnummer: 11838384 \ EJ VERZ 25-83671
Beschikking van 5 november 2025
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. J.J. Splinter,
tegen
LINQED B.V.,
gevestigd te Voorhout en kantoorhoudende te Sassenheim,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Linqed,
gemachtigde: J.G.J. van Vliet (Juridisch Centrum voor Ontslag en Arbeidsrecht B.V.).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 13 augustus 2025, met producties 1 tot en met 13;
- het verweerschrift, met zelfstandig tegenverzoek, met producties A tot en met M;
- de mondelinge behandeling van 7 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Na de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter de datum voor de beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Linqed is een bedrijf in de infra- en energiesector. Zij levert aan zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers adviesdiensten op het gebied van contractmanagement, projectbeheersing en aanbestedingen. Indirect bestuurders van Linqed zijn [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ).
2.2.
[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1976, heeft op 17 maart 2025 gereageerd op een vacature van Linqed voor de functie van Office Manager. Het sollicitatiegesprek vond plaats op 19 maart 2025. Linqed heeft [verzoekster] vervolgens op 21 maart 2025 een voorstel gedaan.
2.3.
Bij e-mail van 24 maart 2025 heeft [verzoekster] , voor zover van belang, het volgende aan Linqed geschreven:
“Voor de mei- en zomervakantie heb ik al plannen gemaakt en ik zit redelijk vast aan de volgende data. Meivakantie (2e week) 5 t/m 9 mei en zomervakantie 4 t/m 22 augustus. Voor de meivakantie zou ik graag onbetaald verlof willen opnemen. (…). Is dit mogelijk?”
2.4.
[verzoekster] is op 3 april 2025 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Linqed in de functie van Office Manager voor 24 uur per week met een salaris van € 2.280,00 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag. Er gold een proeftijd.
2.5.
In artikel 03.5 van het personeelsreglement van Linqed staat het volgende:
“Werknemer heeft geen recht op uitbetaling van incidentele overuren. Indien werknemer stelselmatig (declarabele) overuren maakt, zullen werknemer en werkgever in overleg gaan over een passende tegemoetkoming.”
2.6.
Bij afwezigheid van [naam 2] en [naam 1] vond op 18 april 2025 een internetstoring plaats bij Linqed. [verzoekster] heeft hierdoor meer gewerkt dan de met haar overeengekomen uren. Hierover is tussen partijen afgesproken dat [verzoekster] 16 uur mocht verrekenen met twee verlofdagen in de meivakantie, zodat voor de meivakantie nog 8 uur verlof zou moeten worden opgenomen.
2.7.
Op 27 mei 2025 heeft [naam 1] met [verzoekster] een einde proeftijdgesprek gevoerd en is besloten het dienstverband met [verzoekster] voor onbepaalde tijd voort te zetten.
2.8.
Op 2 juni 2025 heeft [naam 2] [naam 1] verzocht met [verzoekster] af te stemmen dat [naam 3] (hierna: [naam 3] ) haar zou gaan helpen met haar werkzaamheden.
2.9.
Bij e-mail van 3 juni 2025 heeft [naam 1] [verzoekster] het volgende geschreven:
“Zoals gisteren benoemd komt [naam 3] jou versterken. Om terug te komen op jouw reactie: office management is en blijft jouw verantwoordelijkheid.
Zoals je weet is er nog een hoop op te zetten qua processen. [naam 3] zit nu niet volledig in de opdrachten en heeft ook ervaring als office manager. We gaan haar daarom hierop inzetten zodat we dit kunnen versnellen. Bijkomstig voordeel is dat [naam 3] kan waarnemen als jij met verlof of ziek bent.
Ik wil jullie vragen of samen te bepalen hoe jullie het werk verdelen. Jij bent hierbij in de lead.”
2.10.
Op diezelfde dag heeft [naam 3] aan [naam 2] de volgende whatsapp gestuurd:
“Ik heb even gesproken over de contentkalender en ik probeerde ook te beginnen over de mail van [naam 1] van vanochtend, maar ze zei dat ze dat eerst met jou en [naam 1] wil bespreken voor ze met mij daarover wil spreken”
2.11.
Op 5 juni 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoekster] , [naam 2] en [naam 1] . Over de inhoud van het gesprek verschillen partijen van mening.
2.12.
In de avond van 5 juni 2025 heeft [naam 1] [verzoekster] een e-mail gestuurd waarin is aangegeven dat Linqed heeft besloten het dienstverband te beëindigen, omdat zij tot de conclusie is gekomen dat een verdere samenwerking niet realistisch is. Tevens is [verzoekster] uitgenodigd voor een gesprek op 10 juni 2025 om de afronding van het dienstverband te bespreken.
2.13.
In vervolg op de e-mail van 5 juni 2025 heeft [naam 1] [verzoekster] op 6 juni 2025 de volgende e-mail gestuurd:
“Graag geven we een toelichting op onderstaand bericht. Met ons besluit het dienstverband te beëindigen bedoelen wij dat wij hebben besloten tegemoet te komen aan de wens om tot een vaststellingsovereenkomst te komen zodat voor jou het recht op een WW-uitkering behouden blijft, hetgeen jij in het gesprek gisteren zelf hebt voorgesteld. Er is geen sprake van een direct ontslag.”
2.14.
Op 10 juni 2025 heeft [verzoekster] zich ziekgemeld. Het op 10 juni 2025 geplande gesprek heeft geen doorgang gevonden.
2.15.
[verzoekster] is op 23 juni 2025 door de bedrijfsarts gezien. Zij heeft Linqed het volgende advies gestuurd:
“Werknemer verzuimt als gevolg van twee oorzaken:
1. Werknemer ervaart werk gerelateerde punten.
2. Medische oorzaak
Het advies is derhalve ook tweeledig:
1. Om de werk gerelateerde knelpunten op te lossen dienen werkgever en werknemer op korte termijn met elkaar in gesprek te gaan over de werk-gerelateerde factoren (deze factoren dragen bij aan het verzuim). Dit om een structurele en duurzame oplossing te vinden voor de ervaren knelpunten, zodat voor beide partijen werkbare afspraken gemaakt kunnen worden. Geadviseerd wordt om een onafhankelijk gespreksleider in te schakelen, bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon of iemand anders die het vertrouwen van zowel de werknemer als de werkgever geniet.
2. (…).”
2.16.
Bij e-mail van 23 juni 2025 heeft [verzoekster] aan [naam 1] en [naam 2] laten weten bereid te zijn mee te werken aan een oplossing. Zij heeft in deze e-mail een voorstel voor een regeling opgenomen.
2.17.
Op 25 juni 2025 heeft [naam 1] aan TimeChimp de volgende e-mail gestuurd:
“(…). Ik ga het delen met onze jurist en verwacht dat dit voldoende bewijs is dat deze uren door de medewerker zelf zijn verwijderd.
In de gegevens mis ik echter nog de verlofuren die op 8 mei stonden en ook verwijderd zijn, mogelijk op een andere dag. Deze zijn voor ons het belangrijkste, omdat deze uren in het verleden liggen. (…).”
2.18.
Bij e-mail van 26 juni 2025 heeft TimeChimp hierop als volgt gereageerd:
“In totaal zijn er vijf deletion events vanuit deze gebruiker. De reden dat er eerder maar vier met jullie gedeeld zijn, is dat het vijfde event pas afgelopen dinsdag heeft plaatsgevonden (2025-06-24 09:19:20.190). Ik heb dezelfde exports toegevoegd, maar nu met het vijfde event erbij.”
2.19.
Bij e-mail van 26 juni 2025 heeft de gemachtigde van Linqed, voor zover van belang, het volgende aan de gemachtigde van [verzoekster] geschreven:
“Uw cliënte heeft bij aanvang van het dienstverband al direct haar vakantie opgegeven. Het gaat om dagen in mei en augustus van dit jaar. Dit is door cliënte goedgekeurd. Nu werkt cliënte met een urenregistratiesysteem. Het is de bedoeling dat na goedkeuring de individuele medewerker zijn / haar dagen, nadat die zijn goedgekeurd, invoert in dit systeem. Dit heeft uw cliënte ook gedaan. Tot cliënte haar grote verbazing blijkt nu dat de door uw cliënte ingevoerde vakantiedagen ineens uit het systeem zijn verdwenen. Tot enkele momenten geleden - inmiddels heeft cliënte die toegang per direct tot nader orde ingetrokken - had uw cliënte nog altijd toegang tot dit systeem en het heeft er ook alle schijn van dat uw cliënte de vastgelegde verlofdagen uit het systeem heeft verwijderd. U kunt zich denk ik wel voorstellen dat in het licht van de gehele gang van zaken cliënte dit zeer hoog opneemt. In het kader van hoor en wederhoor wenst cliënte uw cliënte in de gelegenheid te stellen om hier tekst en uitleg over te geven.”
2.20.
Op deze e-mail heeft de gemachtigde van [verzoekster] op 27 juni 2025 als volgt gereageerd:
“Het lijkt er nu zelfs op dat uw cliënte suggereert dat cliënte onoorbaar zou hebben gehandeld. Uw woorden lijken zelfs aan iets frauduleus te willen raken. De aantijgingen zijn te krankzinnig voor woorden en uw cliënte weet dat ook.
Cliënte is dan ook niet bereid of in staat om hierover te worden ondervraagd of een verklaring te moeten afleggen. Cliënte heeft zich ziek moeten melden door de gezondheidsklachten die zij ervaart door toedoen van uw cliënte en die klachten zijn door uw bericht direct verergerd. Cliënte kiest ervoor om te wachten op een beoordeling van haar klachten door een bedrijfsarts en daarna op herstel. De oplossingsrichting die zij heeft aangedragen om snel tot een oplossing te kunnen komen - en daarmee waarschijnlijk ook een verbetering van haar klachten - geldt hierbij als ingetrokken, omdat uw cliënte hier blijkbaar geen oplossing in ziet. Uw cliënte kan daar in noch buiten rechte een beroep op doen.”
2.21.
Op 30 juni 2025 heeft Linqed [verzoekster] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat, voor zover van belang, het volgende:
“Met uw handelwijze ten aanzien van het verwijderen van uw verlof uit het urenregistratiesysteem heeft u uw verplichtingen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst grovelijk veronachtzaamd. U heeft met uw handelwijze getracht uw verlofsaldo voor uw eigen gewin te “corrigeren”. Van cliënte kan derhalve in alle redelijkheid niet meer worden gevergd om het dienstverband nog langer te laten voortduren. Uw gedrag levert een dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Omdat een ontslag op staande voet de zwaarste sanctie is in het arbeidsrecht, heeft cliënte nog gekeken naar alle omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden. Die hebben echter niet tot een ander oordeel geleid.”
2.22.
Partijen hebben vervolgens nog getracht tot onderlinge overeenstemming te komen. Dit is niet gelukt.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Linqed te veroordelen tot betaling aan haar van een billijke vergoeding van € 33.500,00 bruto;
II. Linqed te veroordelen tot betaling aan haar van een vergoeding voor de onregelmatige opzegging van € 2.426,40;
III. Linqed te veroordelen tot betaling aan haar van een transitievergoeding van € 209,75 bruto;
IV. Linqed te veroordelen tot betaling aan haar van € 175,36 bruto aan (8) opgebouwde, niet genoten vakantie-uren;
V. Linqed te veroordelen tot betaling aan haar van de gemaakte juridische kosten en de daarover verschuldigde btw, tot de dag van indiening van het verzoekschrift begroot op € 5.000,00 verhoogd met € 1.050,00 aan btw en te verhogen met de gemaakte kosten na het moment van indiening van het verzoekschrift, voorzichtigheidshalve begroot op € 2.150,00 inclusief btw;
VI. Linqed te veroordelen tot (i) het plaatsen van een bericht op haar LinkedIn-profiel en op haar website waar [verzoekster] wordt bedankt voor de fijne samenwerking en de resultaten die zij in korte tijd voor Linqed heeft gerealiseerd en (ii) het versturen van een e-mailbericht aan alle medewerkers van Linqed waarin [naam 1] en [naam 2] verklaren dat zij [verzoekster] onjuist en onterecht hebben beschuldigd en behandeld, dat dit nooit had mogen gebeuren en dat zij aan [verzoekster] excuses aanbieden. Beide berichten dienen binnen zeven dagen na de beschikking te worden geplaatst c.q. verstuurd op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat dit later gebeurt;
VII. Linqed te veroordelen in de proces- en nakosten.
3.2.
Aan haar verzoeken legt [verzoekster] , samengevat, het volgende ten grondslag. Het door Linqed op 30 juni 2025 gegeven ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven.
[verzoekster] heeft zich niet schuldig gemaakt aan fraude dan wel aan enige andere dringende reden. Verder heeft er geen hoor en wederhoor plaatsgevonden, is er geen zorgvuldig onderzoek gedaan en is er geen rekening gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Omdat niet is voldaan aan de aan een ontslag op staande voet gestelde wettelijke vereisten, heeft Linqed de arbeidsovereenkomst opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW.
3.3.
Linqed voert gemotiveerd verweer en verzoekt de kantonrechter primair alle verzoeken van [verzoekster] af te wijzen, dan wel subsidiair – indien de kantonrechter van oordeel is dat het ontslag op staande voet geen stand kan houden – de transitievergoeding af te wijzen omdat sprake is van verwijtbaar handelen/nalaten van [verzoekster] . Verder verzoekt Linqed ook om de verzoeken onder IV tot en met VII af te wijzen en de billijke vergoeding te matigen tot nihil, althans tot maximaal twee maandsalarissen.
3.4.
In reactie op de verzoeken van [verzoekster] heeft Linqed in haar tegenverzoek verzocht om een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 30 juni 2025 op grond van een dringende reden rechtsgeldig is beëindigd, een verklaring voor recht dat [verzoekster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en de veroordeling van [verzoekster] tot betaling aan Linqed van de gefixeerde schadevergoeding van € 2.426,40.
3.5.
Op de verdere stellingen en weren van partijen zal hierna, voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

Het verzoek

Ontslag op staande voet
4.1.
Nu [verzoekster] heeft berust in het ontslag op staande voet is de arbeidsovereenkomst tussen haar en Linqed op 30 juni 2025 geëindigd.
4.2.
Het gaat in deze zaak nog wel om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Als het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, komen vervolgens de verzoeken van [verzoekster] om Linqed te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding aan de orde.
4.3.
[verzoekster] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de transitievergoeding, is het tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
4.4.
Een werkgever kan de arbeidsovereenkomst met een werknemer niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van die werknemer, tenzij sprake is van een opzegging op grond van artikel 7:677 lid 1 BW. In dit artikel staat dat ieder van de partijen bevoegd is om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Er is dan sprake van een ontslag op staande voet.
dringende reden
4.5.
Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van wat de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.
4.6.
Linqed heeft in de ontslagbrief van 30 juni 2025 aan het ontslag ten grondslag gelegd dat [verzoekster] met haar handelwijze ten aanzien van het verwijderen van haar verlofuren uit het urenregistratiesysteem de verplichtingen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst (bedoeld zal zijn ‘de arbeidsovereenkomst’) grovelijk veronachtzaamd heeft en dat zij met deze handelwijze getracht heeft haar verlofsaldo voor eigen gewin te corrigeren.
4.7.
[verzoekster] heeft niet betwist dat zij de uren uit het urenregistratiesysteem heeft verwijderd, maar zij heeft gesteld dat met [naam 1] tijdens het einde proeftijdgesprek is afgesproken dat zij haar meer-uren in mindering mocht brengen op de geregistreerde 8 verlofuren in mei 2025. De meer-uren hielden verband met extra werkzaamheden die [verzoekster] had verricht toen zij op haar vrije dag planten, waarvan Linqed had aangegeven die wel te willen, naar de werklocatie heeft vervoerd, aldus [verzoekster] . Verder was de registratie van de toekomstige verlofdagen - die zij daarna heeft verwijderd - puur bedoeld geweest voor haar eigen overzicht en planning. Sommige daarvan had zij ook nog niet aangevraagd, aldus [verzoekster] .
4.8
Linqed heeft betwist dat er een afspraak is gemaakt voor de verrekening van de 8 verlofuren in mei 2025. Voorts heeft zij gesteld dat zij het beleid hanteert dat medewerkers hun aangevraagde verlof na goedkeuring in het systeem invoeren en dat [verzoekster] dit ook heeft gedaan, maar dat zij deze uren later, tegen het beleid in, weer heeft verwijderd.
4.9.
De kantonrechter overweegt als volgt. Of [naam 1] aan [verzoekster] expliciet toestemming heeft gegeven om overuren te verrekenen met 8 verlofuren van mei 2025, zoals [verzoekster] stelt, is gelet op de verschillende verklaringen van beiden niet vast komen te staan. Niemand anders was ook bij het einde proeftijdgesprek aanwezig. Echter, ook in het geval dat [naam 1] in dat gesprek geen toestemming aan [verzoekster] heeft gegeven om de 8 verlofuren uit mei te verrekenen met overuren, is het niet ondenkbaar dat [verzoekster] dacht dat zij dit wel mocht. De kantonrechter betrekt daarbij de eerdere toestemming die [verzoekster] van [naam 1] had gekregen voor de verrekening van 16 overuren met verlofuren. Dat in het personeelsreglement staat dat verrekening niet mag, maakt gelet op de eerder wél verleende toestemming voor verrekening dus niet – anders dan Linqed heeft betoogd – dat het voor [verzoekster] duidelijk moest zijn dat het toepassen van verrekening absoluut niet mocht en zelfs zou kunnen leiden tot ontslag. Voor zover [verzoekster] dus geen toestemming vooraf had gekregen voor verrekening van uren, gaat de kantonrechter er dus van uit dat zij vanuit een verkeerde veronderstelling voor wat betreft haar rechten heeft gehandeld door verlofuren te verrekenen met overuren. Deze handeling merkt de kantonrechter niet aan als frauduleus. De kantonrechter is wel van oordeel dat [verzoekster] eerst bij [naam 1] haar recht op verrekening voor wat betreft de 8 uren in mei had moeten verifiëren, voordat zij de al in het verlofsysteem geregistreerde uren weer verwijderde onder de noemer van verrekening. Voor de andere (latere) verlofuren die [verzoekster] al wel had geregistreerd maar uit het systeem heeft verwijderd, geldt dat de kantonrechter dit evenmin als frauduleus of anderszins strijdig met goed werknemerschap aanmerkt. Deze verlofuren lagen nog in de toekomst en waren nog niet genoten. Naar het oordeel van de kantonrechter haalt het hiervoor genoemde handelen van [verzoekster] - het verrekenen van overuren zonder zeker te weten of dit mocht - de (hoge) lat van een dringende reden voor ontslag niet. Het ontslag op staande voet is een uiterste redmiddel dat slechts gegeven mag worden als van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen sprake. Een minder verstrekkende maatregel zoals een ernstige waarschuwing had hier meer voor hand gelegen. Het feit dat [verzoekster] zou hebben geweigerd een verklaring hierover af te leggen en dus de ernstige verdenking volgens Linqed niet heeft kunnen en/of willen weerleggen, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders.
4.10.
Uit het voorgaande volgt dat het ontslag op staande voet niet op goede grond is gegeven. Dat betekent dat Linqed heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW.
Vergoedingen
4.11.
Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, komt de kantonrechter toe aan de vraag of Linqed veroordeeld moet worden tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding.
vergoeding wegens onregelmatige opzegging
4.12.
De verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen. Op grond van artikel 7:672 lid 11 BW is Linqed die vergoeding verschuldigd aan [verzoekster] , omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan de einddatum die op grond van de overeenkomst, met inachtneming van de opzegtermijn, tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de opzegtermijn één maand bedraagt. Aan vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal een bedrag van € 2.426,40 bruto worden toegewezen.
transitievergoeding
4.13.
[verzoekster] heeft ook verzocht om Linqed te veroordelen een transitievergoeding te betalen van € 209,75 bruto. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Linqed stelt dat [verzoekster] geen recht heeft op een transitievergoeding omdat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om bijvoorbeeld de situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt, of de situatie waarin de werknemer controlevoorschriften bij ziekte herhaaldelijk, ook na toepassing van loonopschorting, niet naleeft en hiervoor geen gegronde reden bestaat (zie:
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 39). De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, valt naar het oordeel van de kantonrechter bij gebrek aan een dringende reden voor ontslag en gelet op de hiervoor in 4.9 besproken feiten en omstandigheden niet in te zien dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster] . Dat betekent dat Linqed de transitievergoeding verschuldigd is. Nu zij de hoogte van de transitievergoeding niet heeft betwist zal Linqed worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding tot een bedrag van € 209,75 bruto.
billijke vergoeding
4.14.
Uit artikel 7:681 lid 1 onder a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Voor toekenning is ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist. Hieraan wordt al invulling gegeven als de werkgever de voor een rechtsgeldig ontslag geldende voorschriften niet heeft nageleefd en in strijd met artikel 7:671 heeft opgezegd (zie: Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113). Een ontslag op staande voet dat niet rechtsgeldig wordt geacht, is dus als zodanig al ernstig verwijtbaar, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, moet het verzoek van [verzoekster] om toekenning van een billijke vergoeding worden toegewezen.
4.15.
Bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval en de door de Hoge Raad in de New Hairstyle-beschikking genoemde gezichtspunten (30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187).
Bij de bepaling van de financiële gevolgen van het niet rechtsgeldig gegeven ontslag moet een vergelijking worden gemaakt van de inkomenspositie van de werknemer zonder ernstig verwijtbaar handelen dat tot opzegging leidde en de feitelijke situatie met verwijtbaar handelen, derhalve na opzegging (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 14 februari 2019, ECLI:NL:GHSE:2019:516; HR 17 juli 2019, ECLI:NL:HR:2020:1312, New Hairstyle II). Voorts speelt mee de lengte van het dienstverband alsook de vraag hoe lang de arbeidsovereenkomst zonder de opzegging redelijkerwijs zou hebben (voort)geduurd (HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:955, Wn/Blue Circle HRM).
4.16.
[verzoekster] vordert een billijke vergoeding van € 33.500,00 bruto.
4.17
Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding maakt de kantonrechter een inschatting hoe lang de arbeidsovereenkomst nog zou hebben voortgeduurd als Linqed [verzoekster] niet op staande voet zou hebben ontslagen. De kantonrechter acht een reële kans aanwezig dat (als het ontslag op staande voet niet zou zijn gegeven) de arbeidsovereenkomst op korte termijn op verzoek van Linqed zou zijn ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Daarbij is van belang dat de kantonrechter uit de in het geding gebrachte stukken en het verhandelde op de zitting is gebleken dat de verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord waren geraakt. Deze verstoring van de verhouding hield verband met het standpunt van [verzoekster] dat zij niet, althans niet zonder nadere toelichting van Linqed, eraan hoefde mee te werken dat een andere medewerker ( [naam 3] ) haar zou gaan ondersteunen. De kantonrechter is van oordeel, gelet op de mails hierover en de toelichting die ter zitting is gegeven, dat niet is gebleken van een gegronde weigering van [verzoekster] om hieraan (zonder eerst een mondelinge toelichting te hebben gekregen) mee te werken. Er is vervolgens een conflict ontstaan met hoog opgelopen emoties en pogingen de verhoudingen te verbeteren zijn tot op heden niet geslaagd. Daarnaast houdt de kantonrechter rekening met de omstandigheid dat het dienstverband slechts drie maanden heeft geduurd. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat [verzoekster] ziek was ten tijde van het ontslag en dat zij op dit moment nog steeds arbeidsongeschikt is. De door [verzoekster] gestelde reputatieschade wordt, anders dan [verzoekster] heeft bepleit, niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van de billijke vergoeding, omdat [verzoekster] niet voldoende concreet heeft onderbouwd dat zij in haar eer en goede naam is aangetast. De kantonrechter acht op grond van het bovenstaande een billijke vergoeding van 4 maandsalarissen, derhalve een bedrag van (4 x € 2.280,00 x 8% vakantietoeslag =) € 9.849,60 bruto, redelijk. De bonus maakt daarvan geen onderdeel uit, omdat [verzoekster] , gelet op de betwisting daarvan door Linqed, onvoldoende (nader) heeft onderbouwd dat zij recht zou hebben gehad op die bonus.
vakantie-uren
4.18.
[verzoekster] heeft verzocht om Linqed te veroordelen tot betaling aan haar van € 175,36 bruto voor de (8) opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren.
4.19.
De kantonrechter zal dit verzoek afwijzen, omdat [verzoekster] , gelet op de betwisting daarvan door Linqed onvoldoende (nader) heeft onderbouwd dat afgesproken is dat zij deze verlofuren daadwerkelijk heeft mogen verrekenen.
(online) rehabilitatie
4.20.
[verzoekster] heeft verder verzocht om Linqed te veroordelen tot het plaatsen van een bericht op haar LinkedIn-profiel en op haar website om [verzoekster] te bedanken voor de fijne samenwerking en de mooie resultaten die zij voor Linqed heeft neergezet en verder dat Linqed een schriftelijke communicatie stuurt aan haar medewerkers waarin haar ontslag wordt gerectificeerd en waarin [verzoekster] wordt gerehabiliteerd. Linqed heeft zich daartegen verzet.
4.21.
Dat [verzoekster] een bijzonder belang heeft bij deze berichten – behalve dan dat zij dit graag zou zien – heeft [verzoekster] , gelet op het verweer hiertegen van Linqed, niet, dan wel onvoldoende onderbouwd en is de kantonrechter ook niet gebleken. [verzoekster] heeft niet onderbouwd en evenmin is gebleken dat Linqed [verzoekster] binnen het bedrijf in een kwaad daglicht heeft gesteld of negatief over haar heeft gecommuniceerd. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
proceskosten
4.22.
Linqed zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [verzoekster] .
4.23.
[verzoekster] heeft verzocht om Linqed, naast de forfaitaire proceskosten, te veroordelen in de door haar daadwerkelijk gemaakte kosten voor juridische bijstand.
4.24.
Veroordeling in de werkelijke proceskosten is volgens vaste jurisprudentie alleen mogelijk in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering of het doen van het verzoek of het voeren van verweer, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als een partij haar vordering c.q. verzoek of verweer baseert op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het voeren van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM (volgens Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828 en Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360).
4.25.
Naar het oordeel van de kantonrechter is van dergelijke omstandigheden in dit geval geen sprake. De proceskosten worden daarom conform het liquidatietarief begroot op:
- griffierecht € 732,00
- salaris gemachtigde € 814,00
- nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de
beslissing)
----------------------
Totaal € 1.681,00
Het tegenverzoek
4.26.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in het verzoek zullen de tegenverzoeken van Linqed worden afgewezen.
proceskosten
4.27.
De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten in het tegenverzoek te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
5.1.
veroordeelt Linqed om aan [verzoekster] een billijke vergoeding te betalen van € 9.849,60 bruto;
5.2.
veroordeelt Linqed om aan [verzoekster] een vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 2.426,40 bruto;
5.3.
veroordeelt Linqed om aan [verzoekster] een transitievergoeding te betalen van € 209,75 bruto;
5.4.
veroordeelt Linqed in de proceskosten van € 1.681,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Linqed niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af;
op het tegenverzoek
5.7.
wijst de verzoeken af;
5.8.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.