ECLI:NL:RBDHA:2025:2046
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en overdracht aan Kroatië
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt dat het besluit zorgvuldig is genomen, ondanks het gebruik van een standaard voornemen, en dat alle bezwaren van eiser in het bestreden besluit zijn meegenomen. De minister heeft het terugnameverzoek terecht gebaseerd op artikel 18 van Pro de Dublinverordening, en het verschil in artikelonderdelen tussen Nederland en Kroatië doet hieraan niet af.
Eiser stelt dat Kroatië tekortschiet in opvang en asielprocedure, maar de rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen reëel risico is op schending van internationale verplichtingen. Ook de door eiser aangevoerde bijzondere individuele omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering op overdracht.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond, waardoor het besluit in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Kroatië. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Kroatië.