ECLI:NL:RBDHA:2025:20099

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.30457 en NL25.35153
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag en overdracht aan Duitsland onder de Dublinverordening

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 29 oktober 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de asielaanvraag van eiser, een Azerbeidzjaan, die op 19 februari 2025 een asielaanvraag indiende. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op basis van de Dublinverordening. Eiser had eerder in Duitsland een asielaanvraag ingediend, wat leidde tot een verzoek om terugname door Nederland, dat door Duitsland werd aanvaard. De rechtbank heeft de beroepen van eiser tegen de besluiten van de minister behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigden. De rechtbank concludeert dat eiser procesbelang heeft, ondanks dat hij met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de overdrachtstermijn heeft verlengd tot achttien maanden, omdat eiser ondergedoken was. De rechtbank heeft overwogen dat de persoonlijke situatie van eiser, waaronder zijn geestelijke gezondheid, niet voldoende onderbouwd is om de overdracht aan Duitsland te verhinderen. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.30457 en NL25.35153

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.M.W. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2025 (het bestreden besluit 1, zaaknr. NL25.30457) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Bij besluit van 28 juli 2025 (het bestreden besluit 2, zaaknr. NL25.35153) heeft verweerder de overdrachtstermijn voor overdracht van eiser aan Duitsland verlengd tot achttien maanden. [2]
Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld.
De rechtbank heeft de beroepen op 1 oktober 2025 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1987 en heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Hij heeft op 19 februari 2025 een asielaanvraag ingediend.
2. Bij het bestreden besluit 1 heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 31 maart 2022 in Duitsland al een asielaanvraag heeft ingediend. Op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening is Duitsland verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Nederland heeft op grond hiervan een verzoek om terugname gedaan. Op 6 maart 2025 heeft Duitsland het verzoek aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Duitsland vaststaat. [3]
3. Bij het bestreden besluit 2 heeft verweerder de overdrachtstermijn verlengd tot achttien maanden, omdat eiser was ondergedoken.
4. Op wat eiser hiertegen aanvoert, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Procesbelang
5. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag of eiser procesbelang heeft bij onderhavig beroep. Bij brief van 28 juli 2025 heeft verweerder de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Eiser zou op diezelfde dag zelfstandig de woonruimte van het COa [4] hebben verlaten.
6. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij brief van 5 augustus 2025 laten weten recent contact te hebben gehad met eiser. Ter zitting heeft hij hieraan toegevoegd nog altijd in contact te staan met eiser, zodat eiser procesbelang heeft bij onderhavig beroep. [5]
Beroepen tegen het bestreden besluit 1 (NL25.30457)
7. Niet in geschil is dat verweerder naar aanleiding van de in beroep overgelegde ontslagbrief van de GGzE [6] advies heeft gevraagd aan het BMA [7] , welk advies op 28 juli 2025 beschikbaar is gesteld. Om die reden behoeven eisers beroepsgronden ten aanzien hiervan geen verdere bespreking.
8. Eiser voert verder ter zitting aan dat verweerder op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de asielaanvraag aan zich had moeten trekken vanwege zijn medische situatie. Ook heeft hij trauma’s opgelopen in Duitsland.
9. Hoewel de rechtbank de persoonlijke situatie van eiser betreurt, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de overdracht niet in strijd is met het arrest C.K. [8] Uit het advies van BMA van 28 juli 2025 blijkt dat eiser bekend is met PTSS [9] met psychotische klachten (waanbeelden) waarvoor hij recent opgenomen is geweest op de HIC [10] van GGzE. Verder zijn bij eiser klachten van herbelevingen, spanningsklachten, nachtmerries, vermijdingsgedrag, auditieve en tactiele hallucinaties en chronische suïcidaliteit. Eiser staat hiervoor nog onder actieve medische behandeling. Het BMA adviseert dat eiser onder voorwaarden, waaronder begeleiding door een psychiatrisch verpleegkundige tijdens de reis en een fysieke overdracht aan een opvolgend hulpverlener aan Duitsland kan worden overgedragen. Verder wordt aanbevolen dat een schriftelijke overdracht plaatsvindt van eisers medische gegevens en voldoende medicatie wordt meegenomen om de periode van de reis te overbruggen. Met eisers enkele niet onderbouwde stelling dat hij in Duitsland is getraumatiseerd, heeft hij niet kunnen onderbouwen dat een overdracht aan Duitsland in strijd is met het arrest C.K. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat een overdracht naar Duitsland voor eiser geen reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand oplevert. Om die reden heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om eisers asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken.
10. Voor zover eiser stelt dat de overdrachtstermijn ten onrechte is verlengd en om die reden de uiterste overdrachtsdatum is verstreken, wordt verwezen naar de hiernavolgende overwegingen.
Beroep tegen het bestreden besluit 2 (NL25.35153)
11. Eiser voert verder aan dat geen sprake is van onderduiken. Zijn enkele afwezigheid, zonder zijn nieuwe adresgegevens kenbaar te maken, kan niet worden aangemerkt als het frustreren van de overdracht aan Duitsland. Daarnaast kan het eiser niet ten volle worden aangerekend dat hij uit het AZC [11] is vertrokken. Dit was namelijk een direct gevolg van zijn geestelijke gezondheid. Daar komt bij dat het nog ruim een maand duurt voordat de uiterste overdrachtstermijn is bereikt. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiser naar de uitspraak van de Afdeling [12] van 14 december 2022 [13] , het arrest Jawo [14] en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 25 juli 2025. [15]
12. Uit artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening volgt dat, indien de overdracht niet plaatsvindt binnen de gestelde termijn van zes maanden, de verplichting voor de verantwoordelijke lidstaat om de betrokkene over te nemen of terug te nemen komt te vervallen en de verantwoordelijkheid overgaat op de verzoekende lidstaat. Indien de overdracht niet kon worden uitgevoerd, kan deze termijn tot maximaal 18 maanden worden verlengd indien de betrokkene onderduikt. Deze bepaling moet zo worden uitgelegd dat een betrokkene onderduikt wanneer deze persoon doelbewust ervoor zorgt dat hij buiten het bereik blijft van de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de overdracht, met het doel om deze overdracht te voorkomen. [16]
13. Het is niet in geschil dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en hij zijn nieuwe adresgegevens niet aan verweerder kenbaar heeft gemaakt. Reeds hierom heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser is ondergedoken. Dat dit niet doelbewust is geweest en eiser niet kan worden aangerekend vanwege zijn medische situatie is niet onderbouwd en wordt dan ook niet gevolgd. Eiser geeft immers zelf aan dat hij eerder voor een vertrekgesprek is uitgenodigd om zijn overdracht naar Duitsland te bespreken. Dit zou zijn geannuleerd vanwege zijn medische situatie, maar daarvan ontbreekt enige onderbouwing. Daar komt bij dat uit de brief van 5 augustus 2025 van de gemachtigde van eiser blijkt dat eiser zich niet wenst te melden, omdat hij vreest in detentie te worden gesteld. Eisers beroep op de voornoemde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen slaagt verder ook niet. Uit die uitspraak volgt namelijk dat geen enkele vertrekhandeling was verricht en de vreemdeling bereid was om diens adresgegevens kenbaar te maken. Daarvan is in eisers geval geen sprake. Dat eiser zich inmiddels weer in Ter Apel heeft gemeld, maakt het gegeven dat eiser enige tijd is ondergedoken niet anders, zodat verweerder de overdrachtstermijn heeft kunnen verlengen.
Conclusie
14. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen. Ook heeft verweerder de overdrachtstermijn kunnen verlengen. De beroepen zijn ongegrond.
15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 29 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
3.Op grond van artikel 25, eerste lid, van de Dublinverordening.
4.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
5.ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
6.Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven.
7.Bureau Medisch Advisering.
8.HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
9.Posttraumatische stressstoornis.
10.High Intensive Care.
11.Asielzoekerscentrum.
12.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
13.ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3630.
14.HvJEU 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.
15.Rb Den Haag (zittingsplaats Groningen) 25 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13680.
16.ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3630.