In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 18 september 2025, zaaknummer SGR 24/1088, wordt het verzoek van verzoeker om veroordeling van verweerder in de proceskosten beoordeeld. Verzoeker heeft zijn beroep ingetrokken tegen een besluit van verweerder, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), omdat verweerder op 20 augustus 2024 een herziene beslissing op bezwaar heeft genomen. De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop verweerder op 3 januari 2025 heeft gereageerd. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe, omdat verweerder geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen door het bezwaar gegrond te verklaren. De rechtbank stelt vast dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de regel van proceskostenveroordeling rechtvaardigen. Verweerder heeft weliswaar uit coulance een nieuw intelligentieonderzoek voorgelegd, maar dit levert geen bijzondere omstandigheid op die de proceskostenveroordeling zou uitsluiten. De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op een vergoeding van zijn proceskosten, die is vastgesteld op € 907,-, en dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. De uitspraak is openbaar gedaan en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.