ECLI:NL:RBDHA:2025:198
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 14 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 22 juli 2024 illegaal via Bulgarije de EU binnenkwam en daar op 2 augustus 2024 een asielverzoek indiende. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet, omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn bijzondere omstandigheden, zoals onterechte detentie en medische klachten in Bulgarije, en dat overdracht aan Bulgarije onevenredige hardheid zou zijn. Verweerder had echter het claimverzoek naar Bulgarije gestuurd, dat werd aanvaard, en motiveerde waarom geen gebruik werd gemaakt van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder redelijk heeft besloten geen uitzondering te maken, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het ontbreken van onderbouwde medische documenten. De beroepsgrond faalde en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.