ECLI:NL:RBDHA:2025:19394
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij verblijfsvergunning
Verzoekster, een Colombiaanse vrouw die sinds haar jeugd op Aruba woonde, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden. Deze aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Verzoekster stelde dat zij vanwege bedreigingen en mishandelingen niet meer op Aruba kan verblijven en wenst bij haar moeder in Nederland te verblijven.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de werking van het bestreden besluit zou schorsen, zodat zij de uitspraak op haar beroep in Nederland kon afwachten. Zij voerde aan dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege een vordering tot vertrek onder toezicht en de medische situatie van haar moeder, die volledig afhankelijk van haar zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft en uitzetbaar is, maar dat dit op zichzelf geen spoedeisend belang oplevert. Ook de vordering tot vertrek onder toezicht en de medische situatie van de moeder leiden niet tot spoedeisend belang, omdat er geen concrete uitzettingshandelingen of datum zijn en de situatie van bewaring en uitzetting een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de kans van slagen van het beroep of belangenafweging. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.