ECLI:NL:RBDHA:2025:19162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning tijdelijk humanitair en weigering niet-tijdelijke humanitaire en medische verblijfsvergunning
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, kreeg een tijdelijke verblijfsvergunning onder de beperking 'tijdelijk humanitair' in het kader van de Verblijfsregeling Mensenhandel. Na het sepot van het strafrechtelijk onderzoek trok de minister deze vergunning met terugwerkende kracht in. Tevens werd geweigerd om haar ambtshalve een niet-tijdelijke humanitaire verblijfsvergunning of een verblijfsvergunning voor medische behandeling te verlenen.
Eiseres voerde aan dat het paspoortvereiste niet op haar van toepassing kon zijn omdat haar paspoort was afgenomen door mensenhandelaren en dat zij slachtoffer was van mensenhandel met bijzondere omstandigheden. Ook stelde zij dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische situatie en medische rapporten.
De rechtbank oordeelde dat de minister de intrekking en weigering deugdelijk had gemotiveerd. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij vrijstelling van het paspoortvereiste verdiende of dat zij slachtoffer was van mensenhandel met bijzondere omstandigheden. Ook was er geen aanleiding voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning voor medische behandeling.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de tijdelijke verblijfsvergunning en de weigering van een niet-tijdelijke humanitaire en medische verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.