ECLI:NL:RBDHA:2025:18643

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
9 oktober 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2501481:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens problematische schuldensituatie

De rechtbank Den Haag heeft op 6 oktober 2025 het verzoek van [verzoeker] tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) toegewezen. [Verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie, mede veroorzaakt door de kredietcrisis van 2008 en het daaropvolgende vastgoedverlies met hoge restschulden. Ondanks inspanningen, ook van de schuldhulpverlener, konden niet alle schulden worden achterhaald, waardoor een minnelijke regeling niet haalbaar werd geacht.

Tijdens de zitting van 29 september 2025 is vastgesteld dat [verzoeker] voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de WSNP, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen. De rechtbank heeft de ingangsdatum van de WSNP vastgesteld op 21 juni 2025, het moment waarop de schuldhulpverlener een correcte berekening van het vrij te laten bedrag heeft vastgesteld.

De rechtbank heeft tevens bepaald dat de WSNP-termijn achttien maanden bedraagt, met een postblokkade gedurende de eerste dertien maanden. Alle gelegde beslagen komen te vervallen. Tot slot is mr. D. de Loor benoemd tot rechter-commissaris en een bewindvoerder aangesteld die de post van [verzoeker] zal beheren. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met een termijn van achttien maanden vanaf 21 juni 2025.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
Rekestnummer: NL:TZ:2501481:R-RK
vonnis van 6 oktober 2025
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 29 september 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam] , schuldhulpverlener van de ISD Bollenstreek.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. In beginsel moet een WSNP-verzoek ook zijn voorafgegaan door een deugdelijke poging om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
2.2.
Volgens de schuldhulpverlener is gebleken dat gedurende de inventarisatieperiode niet alle aangemelde schulden achterhaald konden worden. De schulden zijn ontstaan door de kredietcrisis in 2008. Het vastgoedpakket van [verzoeker] is vervolgens verkocht met als gevolg veel (hoge) restschulden. [verzoeker] is vervolgens voor lange tijd naar het buitenland vertrokken. Ondanks de vele inspanningen, ook van [verzoeker] zelf, is het niet gelukt om alle schulden volledig in kaart te brengen. Volgens de schuldhulpverlener is de oorzaak hiervan wellicht gelegen in het feit dat de schulden dateren van lang geleden en mogelijk zijn verjaard of dat de schulden bij diverse rechtsopvolgers zijn ondergebracht. De onduidelijkheid over wie de overige schuldeisers zijn zorgt ervoor dat er geen zekerheid gegeven kan worden over de totale schuldenlast van [verzoeker] . Er zijn daarom geen voorstellen aan de schuldeisers gestuurd. De schuldhulpverlener en [verzoeker] willen niet een minnelijke regeling afronden met het risico dat er toch nog meer schulden blijken te zijn. Daar komt nog bij dat er sinds de start van het schuldhulpverleningstraject geen afloscapaciteit is (geweest). Onder deze omstandigheden is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat het niet mogelijk is om tot een succesvolle buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
2.3.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.4.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.5.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker] .
2.6.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.7.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913, r.o. 3.9-3.10). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.8.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 4 december 2024.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen gedeeltelijk toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank Den Haag het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag/ontbrekende afdrachtcapaciteit, want bepalend is het moment van vaststelling door de schuldhulpverlener van de (ontbrekende) afdracht en daarvoor is een correcte vtlb-berekening nodig. De vtlb-berekening is vastgesteld op 21 juni 2025. De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling vanaf 21 juni 2025 begint te lopen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 21 juni 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:
mr. P.A. Loeff (Advocatenkantoor Loeff),
Postbus 136,
2939 AC Barendrecht;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.