ECLI:NL:RBDHA:2025:17917
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en nationaliteit
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 26 oktober 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 30 juli 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig kon maken en een vals document had overgelegd.
Eiser voerde in beroep aan dat de beoordeling onterecht was, onder meer omdat geboortedata in Syrië minder strikt worden gehanteerd en verweerder het asielrelaas niet inhoudelijk had beoordeeld in het licht van het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht het eerste asielmotief ongeloofwaardig vond vanwege inconsistenties in verklaringen, de leeftijdsschouw en het overleggen van een vals document.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het non-refoulementbeginsel en dat een inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas achterwege mocht blijven zolang de identiteit en nationaliteit niet aannemelijk waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.