ECLI:NL:RBDHA:2025:17624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, een getrouwd Pakistaans echtpaar, dienden op 9 mei 2025 asielaanvragen in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze niet in behandeling, omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname gedaan, dat door Frankrijk op 12 augustus 2025 was goedgekeurd.
Eisers voerden aan dat Frankrijk door structurele opvangtekorten en slechte omstandigheden in strijd handelt met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, en dat Nederland daarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen. Zij onderbouwden dit met het AIDA-rapport 2024 en een individueel voorbeeld van een ander echtpaar dat na overdracht geen opvang en medische zorg kreeg.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk blijft en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat overdracht aan Frankrijk in hun geval onrechtmatig zou zijn. De verwijzingen naar het AIDA-rapport en het individuele voorbeeld waren onvoldoende concreet. De rechtbank concludeerde dat het besluit van de minister voldoende is gemotiveerd en dat het beroep kennelijk ongegrond is.
De bestreden besluiten blijven daarmee in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 24 september 2025 in Middelburg.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.