ECLI:NL:RBDHA:2025:17151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling met onduidelijke nationaliteit
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is op 19 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 4 augustus 2025, het moment waarop de vorige toetsing eindigde.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting is omdat zijn nationaliteit niet bevestigd kan worden en verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Ook stelde hij dat er geen geldig terugkeerbesluit is en dat een non-refoulementtoets ontbreekt. De rechtbank stelde vast dat er een onherroepelijk terugkeerbesluit naar Algerije is en dat verweerder ook onderzoek doet naar andere mogelijke nationaliteiten, waaronder Tunesië.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat het beginsel van non-refoulement wordt geschonden en dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.