ECLI:NL:RBDHA:2025:17057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning van gezinslid naar niet-tijdelijk humanitair doel
Eiser, een Turkse nationaliteit houdende vreemdeling met een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid, verzocht om wijziging van het verblijfsdoel naar een niet-tijdelijk humanitair doel. Verweerder wees dit af omdat eiser geen geldig paspoort kon overleggen en niet voldeed aan de voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser voerde aan dat hij recht had op een zelfstandige verblijfsvergunning, dat de hoorplicht was geschonden en dat artikel 8 EVRM Pro niet was getoetst. De rechtbank oordeelde dat het paspoortvereiste een zelfstandige grond is voor afwijzing en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen paspoort kon verkrijgen.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor het niet-tijdelijk humanitair verblijfsdoel en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde omdat eiser dit niet onderbouwde. De hoorplicht was niet geschonden omdat verweerder redelijkerwijs kon concluderen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.