ECLI:NL:RBDHA:2025:16888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring opgeheven wegens procedureel rechtmatig verblijf en geen misbruik van recht
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij procedureel rechtmatig verblijf had vanwege een ingediende aanvraag om toetsing aan EU-recht, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn. Verweerder stelde dat sprake was van misbruik van recht omdat de aanvraag niet oprecht was.
De rechtbank oordeelde dat eiser op 9 september 2025 een onderbouwde aanvraag had ingediend met voldoende bewijsstukken, waaronder een werkgeversverklaring en relatieverklaring, en dat niet was voldaan aan de objectieve en subjectieve vereisten voor misbruik van recht. De aanvraag was te laat ingediend vanwege verkeerde informatie van de gemachtigde.
De rechtbank stelde vast dat eiser procedureel rechtmatig verblijf had en dat de bewaring daarom onrechtmatig was vanaf 9 september 2025. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €400 toegekend voor vier dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van eiser aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €400 toegekend.