ECLI:NL:RBDHA:2025:16733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken mvv niet in strijd met Turks associatierecht
De zaak betreft een Turkse onderdaan die een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet beschikt over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet van dit vereiste kan worden vrijgesteld.
Eiser betoogt dat het toepassen van het mvv-vereiste in zijn situatie in strijd is met het Turks associatierecht. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder die van 1 november 2024 en 9 april 2025, waarin soortgelijke beroepen ongegrond werden verklaard. Ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2025 wordt in dit kader betrokken.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven, omdat het mvv-vereiste rechtmatig is en niet in strijd met het Turks associatierecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, na overleg met partijen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning zelfstandige blijft in stand.