ECLI:NL:RBDHA:2025:16721
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische situatie in vreemdelingenrecht
Eiser heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn medische situatie, waaronder verslaving aan opioïden en psychische klachten. De minister heeft deze aanvragen steeds afgewezen, wat ook in eerdere procedures door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd.
In de meest recente procedure heeft het Bureau Medische Advisering (BMA) geadviseerd dat de noodzakelijke behandeling die eiser in Nederland ontvangt ook beschikbaar is in Georgië, met name in Tbilisi. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze zorg voor hem feitelijk niet toegankelijk is. De minister heeft het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 behandeld en oordeelt dat het bestreden besluit in stand kan blijven. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken en het recente advies van het BMA, en concludeert dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de noodzakelijke medische zorg in Georgië ontbreekt of niet toegankelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard omdat noodzakelijke medische zorg in Georgië beschikbaar is.