Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 september 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Een probleem hierbij is dat niet altijd duidelijk zal zijn of een bepaald afdekkingsinstrument verband houdt met de deelneming. Omdat vermeden moet worden dat hierover achteraf discussies tussen belastingplichtige en de inspecteur ontstaan en dat in zo'n geval partijen hun standpunt laten afhangen van de koersontwikkeling van de desbetreffende valuta (winst of verlies),wordt een regeling voorgesteld waarbij het verband tussen het afdekkingsinstrument en de deelneming vooraf wordt vastgesteld.De belastingplichtige kan hiertoe op het moment dat de rechtshandeling ter afdekking van het valutarisico wordt aangegaan een verzoek doen.” [6]
“2.7. Artikel 13, zevende lid, Wet Vpb
voorafgaandaan het afsluiten van die afdekkingsinstrumenten om een (goedkeurende) ‘artikel 13, zevende lid’-beschikking te worden verzocht. De wettekst biedt niet de mogelijkheid om deze resultaten onder de deelnemingsvrijstelling te laten vallen, indien daar niet vooraf om is verzocht.
vooraf’ in de wettelijke bepaling in feite geen betekenis meer toekomt. Eiseres staat met wat zij bepleit in feite een systeem voor waarbij resultaten op rechtshandelingen die strekken tot het afdekken van valutarisico's die met een deelneming worden gelopen, automatisch onder de deelnemingsvrijstelling vallen, omdat er economisch bezien effectief geen resultaat wordt behaald. Dat is echter niet het systeem, waarvoor de wet- en regelgever – met redenen omkleed (zie hiervóór) – hebben gekozen. Voor zover eiseres daarbij een ruimere uitleg of toepassing van het goedkeurende beleid, zoals neergelegd in het Besluit verzoekt, kan de rechtbank haar daarin ook niet tegemoetkomen. Het is niet aan de rechter om goedkeurend beleid verder op te rekken.