ECLI:NL:RBDHA:2025:1565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens scheiding gezin in Dublinprocedure
Eiser, samen met zijn ouders en broertje, vluchtte uit Syrië en diende gelijktijdig een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam de aanvraag van eiser niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eerder werden de beroepen van zijn ouders en broertje gegrond verklaard, waarna hun overdracht aan Kroatië niet meer mogelijk was.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië niet kon worden aangenomen vanwege risico's op pushbacks en slechte opvang, maar de rechtbank volgde de eerdere rechtspraak van de ABRvS en vond onvoldoende bewijs voor een ander oordeel. Wel oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de aanvraag van eiser in Nederland te behandelen, ondanks het gezinsverband en de grote hechtheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de scheiding van het gezin.