ECLI:NL:RBDHA:2025:15068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen
Eiseres, met de Tadzjiekse nationaliteit, heeft op 17 oktober 2024 in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van een recent verlopen visum. Eiseres betwist dit en voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan gelden vanwege slechte detentieomstandigheden en schendingen van rechten in Polen, mede vanwege haar kwetsbare medische situatie.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door het Hof van Justitie van de EU en de hoogste bestuursrechter. De door eiseres aangevoerde nieuwe ontwikkelingen en uitspraken, waaronder die van de Poolse premier en recente jurisprudentie, zijn onvoldoende om hiervan af te wijken. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiseres tot een kwetsbare groep behoort of dat zij geen adequate rechtsmiddelen in Polen heeft.
Verder is niet gebleken dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 van Pro de Dublinverordening onjuist heeft toegepast. Het bestreden besluit is zorgvuldig en voldoende gemotiveerd tot stand gekomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.