ECLI:NL:RBDHA:2025:7695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 21 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 6 augustus 2024 al een asielverzoek in Polen had ingediend. Nederland verzocht Polen om terugname op basis van de Dublinverordening, wat Polen accepteerde. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet meer geldt vanwege recente wetswijzigingen in Polen die het recht op asiel tijdelijk kunnen opschorten en politieke uitspraken die de naleving van de Dublinverordening in twijfel trekken. Hij stelde dat hierdoor risico's op indirect refoulement en schending van artikel 3 EVRM Pro bestaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat. Recente jurisprudentie bevestigt dat er geen structurele tekortkomingen zijn in de Poolse asielprocedure die een uitzondering rechtvaardigen. De nieuwe Poolse wetgeving geldt niet landelijk en niet voor Dublinterugkeerders. Polen heeft het terugnameverzoek geaccepteerd en de verantwoordelijkheid erkend.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met het EVRM. Klachten over de asielprocedure kunnen bij de Poolse autoriteiten worden ingediend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing om de aanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.