Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
.Als tolk is verschenen F. Filippo-Wassa.
Beoordeling door de rechtbank
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, verzocht op 28 februari 2024 om overbrenging naar Nederland op grond van de Tolkenregeling vanwege zijn werkzaamheden als schoonmaker voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL) van 2009 tot 2016. Verweerder wees dit verzoek op 30 april 2024 af, omdat niet was aangetoond dat eiser structureel voor een Nederlandse EUPOL-functionaris had gewerkt of dat hij persoonlijk risico liep vanwege zijn werkzaamheden.
Eiser stelde in beroep dat hij wel degelijk voldeed aan de voorwaarden van de Tolkenregeling en dat het vereiste van directe werkzaamheden voor een Nederlandse functionaris niet uit de regeling volgt. Daarnaast voerde hij aan dat hij persoonlijk gevaar loopt vanwege de aanwezigheid van de Taliban in zijn oorspronkelijke provincie.
De rechtbank oordeelde dat de Tolkenregeling buitenwettelijk begunstigend beleid betreft en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden, waaronder het verrichten van substantiële werkzaamheden voor een Nederlandse EUPOL-functionaris. Het feit dat eiser als schoonmaker voor alle EUPOL-medewerkers werkte, is onvoldoende. De rechtbank vond het beleid niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank wees erop dat het aan de eiser is om aannemelijk te maken dat hij werkzaamheden heeft verricht die hem persoonlijk risico opleveren, en dat dit niet is gelukt. De afwijzing van het verzoek om overbrenging blijft daarom in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om overbrenging op grond van de Tolkenregeling wordt afgewezen.