Eiser, een Afghaan die in 2008 vijf maanden voor de Afghan Security Guard (ASG) op een Nederlandse basis werkte, verzocht om overbrenging naar Nederland op grond van de Tolkenregeling, vanwege het gevaar dat hij zou lopen door zijn werkzaamheden.
Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat eiser geen tolk is in de zin van de regeling en zich onvoldoende onderscheidt van andere ASG-bewakers. De rechtbank bevestigt dit oordeel, omdat eiser naast tolkwerkzaamheden ook andere taken verrichtte, zijn werkzaamheden zich voornamelijk binnen het kamp afspeelden en hij niet in een extra kwetsbare positie werd gebracht.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende concreet en actueel gevaar aangetoond dat voortvloeit uit zijn werkzaamheden voor de Nederlandse missie. De rechtbank concludeert dat eiser niet onder het beschermingsbereik van de Tolkenregeling valt en verklaart het beroep ongegrond.
De Tolkenregeling is een buitenwettelijk begunstigend beleid dat lokale medewerkers beschermt die substantieel en zichtbaar voor Nederlandse militaire missies hebben gewerkt en daardoor persoonlijk risico lopen. De rechtbank toetst dit beleid terughoudend en volgt de uitleg dat eiser niet tot de beschermde groepen behoort.
De uitspraak betekent dat verweerder zich niet hoeft in te spannen voor overbrenging van eiser en zijn gezin naar Nederland. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.