Eiseres, afkomstig uit Afghanistan, verzocht op 29 februari 2024 om overbrenging naar Nederland op basis van de Tolkenregeling, omdat zij van 2007 tot 2016 als schoonmaakster voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL) heeft gewerkt. Verweerder wees dit verzoek op 7 mei 2024 af, omdat niet was aangetoond dat eiseres structureel werkzaamheden had verricht voor een Nederlandse EUPOL-functionaris en er geen sprake was van een dreigende situatie door haar werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de cumulatieve vereisten van de Tolkenregeling, die voorschrijven dat lokale medewerkers een substantiële periode voor een Nederlandse missie of functionaris moeten hebben gewerkt en daardoor persoonlijk risico lopen. Als schoonmaakster werkte eiseres voor alle EUPOL-medewerkers en niet specifiek voor Nederlandse functionarissen. Dit is onvoldoende om onder de regeling te vallen.
De rechtbank benadrukt dat de Tolkenregeling buitenwettelijk begunstigend beleid betreft met ruime beleidsvrijheid voor het kabinet en dat het beleid niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een andere uitkomst rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.