ECLI:NL:RBDHA:2025:14448
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens twijfel aan interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
Eiseres, een transgendervrouw van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende op 18 december 2024 een aanvraag tot asiel in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Eiseres stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet kan worden aangenomen vanwege recente verslechteringen in de situatie van LHBTI-rechten en haar kwetsbare medische toestand.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen van de minister geen rechtsgevolg heeft en dat het bestreden besluit wel degelijk de aangevoerde correcties en aanvullingen betrof, waardoor het beroep wegens onzorgvuldigheid faalt. Wel achtte de rechtbank het aannemelijk dat Polen haar internationale verplichtingen mogelijk niet nakomt, mede gelet op objectieve informatie en recente jurisprudentie.
De minister was niet verschenen en had geen verweerschrift ingediend, waardoor de nieuwe informatie niet in de besluitvorming was betrokken. De rechtbank veroordeelde de minister daarom om alsnog gemotiveerd aan te tonen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden aangenomen, met bijzondere aandacht voor de medische situatie van eiseres en de zorg voor LHBTI’ers in Polen.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.