ECLI:NL:RBDHA:2025:14174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting naar Marokko
De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft eerder op dit beroep beslist en ook op een eerste vervolgberoep.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 11 juni 2025 onrechtmatig is geworden. Eiser stelt dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, mede omdat de minister maandelijks rappelleert bij de Marokkaanse autoriteiten over de laissez-passer aanvraag. Ook is er maandelijks contact met eiser over zijn vertrek.
De rechtbank vindt dat de minister voldoende voortvarend handelt en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer. Er zijn geen aanwijzingen dat de maatregel onrechtmatig is geworden. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.