ECLI:NL:RBDHA:2025:13582
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 7 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Slovenië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat een standaardvoornemen werd gebruikt zonder individuele omstandigheden voldoende mee te wegen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, en dat het gebruik van een standaardvoornemen niet per definitie onzorgvuldig is. Eiser kreeg de gelegenheid om te reageren via een zienswijze. Het interstatelijke vertrouwensbeginsel werd toegepast, waarbij verweerder mocht aannemen dat Slovenië zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest.
De rechtbank wees ook het beroep af dat verweerder op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro onverplicht de aanvraag in behandeling had moeten nemen. De persoonlijke omstandigheden van eiser waren onvoldoende onderbouwd om van overdracht af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.