ECLI:NL:RBDHA:2025:11733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen hoogte tegemoetkoming kindregeling toeslagenaffaire
Eisers, kinderen van gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire, maakten bezwaar tegen de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming die zij ontvingen op grond van de kindregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zij stelden dat de tegemoetkoming onvoldoende is en deden een beroep op de hardheidsclausule van artikel 9.1 Wht, alsmede een verzoek om immateriële schadevergoeding en inzage in persoonlijke dossiers.
De rechtbank oordeelt dat de kindregeling een vaste tegemoetkoming kent, gebaseerd op leeftijd, en dat de wetgever expliciet heeft gekozen deze tegemoetkoming niet als schadevergoeding te laten gelden. De hardheidsclausule biedt geen ruimte voor afwijking van de vastgestelde bedragen. Verzoeken om inzage in persoonlijke dossiers worden afgewezen omdat deze niet relevant zijn voor de beoordeling van de hoogte van de tegemoetkoming.
Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen vanwege de toepasselijkheid van het oude recht, dat de bestuursrechter niet bevoegd maakt tot schadevergoeding bij niet-ontvankelijk verklaarde beroepen. De rechtbank benadrukt dat de compensatie aan de ouder bedoeld is voor het hele gezin en dat kinderen voor aanvullende hulpverlening bij de gemeente terecht kunnen.
De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de hoogte van de tegemoetkoming worden ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.