ECLI:NL:RBDHA:2024:6402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling kindregeling tegemoetkoming toeslagenaffaire
Eiseres, een kind van een gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, kreeg een eenmalige tegemoetkoming van €6.000 toegekend op grond van de kindregeling van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zij betoogde dat dit bedrag onvoldoende is om haar geleden schade te compenseren, gezien haar traumatische ervaringen, armoede, gezondheidsproblemen en sociale achterstanden.
Verweerder stelde dat de kindregeling een forfaitaire regeling is die geen ruimte laat voor afwijkingen of hogere bedragen, en dat eventuele aanvullende schade via de Commissie Werkelijke Schade kan worden vergoed. De rechtbank overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een vaste tegemoetkoming ongeacht de omvang van het geleden leed, en dat de regeling niet bedoeld is als schadevergoeding.
De rechtbank concludeerde dat de vaststelling van de tegemoetkoming in overeenstemming is met de wet en dat geen uitzondering kan worden gemaakt, ook niet op grond van de hardheidsclausule. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat zij geen recht heeft op een hogere tegemoetkoming of terugbetaling van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van de tegemoetkoming van €6.000.