ECLI:NL:RBDHA:2025:11073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toeslag voor ongeboren kind volgens artikel 3 Toeslagenwet
Eiser, die een uitkering ontvangt op grond van de Wajong, vroeg een toeslag aan op grond van de Toeslagenwet vanwege een gewijzigde gezinssituatie, waarbij zijn partner zwanger was. De aanvraag werd afgewezen omdat een ongeboren kind volgens de wet niet tot het huishouden behoort.
Eiser stelde dat dit onderscheid discriminerend is en in strijd met het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK). Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat het begrip huishouden conform de Algemene Kinderbijslagwet wordt uitgelegd, waarbij feitelijk samenwonen vereist is.
De rechtbank bevestigde dat het ongeboren kind niet tot het huishouden behoort en dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is omdat verzorging pas na geboorte plaatsvindt. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat een ongeboren kind geen deel uitmaakt van het huishouden en dus geen recht op toeslag heeft.