ECLI:NL:RBDHA:2025:10863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 13 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat het claimverzoek aan Duitsland onvolledig was en dat hij het grondgebied van de lidstaten meer dan drie maanden had verlaten, waardoor Duitsland niet langer verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het claimverzoek volledig was en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn verblijf buiten de lidstaten. De indirecte bewijzen zoals een proces-verbaal en een waterrekening waren niet overtuigend. Daarnaast geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waardoor wordt aangenomen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt.
Eiser stelde ook dat Duitsland indirect refoulement zou plegen vanwege een terugkeerakkoord met Turkije, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en niet ter beoordeling in de Dublinprocedure. Er waren geen bijzondere omstandigheden die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-inbehandelingname van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.