ECLI:NL:RBDHA:2025:10453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen eervol ontslag tijdens proeftijd bij Defensie
Eiseres was sinds januari 2021 in tijdelijke dienst bij Defensie met een proeftijd tot januari 2023. Vanwege onvoldoende functioneren startte verweerder in maart 2022 een verbetertraject. Ondanks enkele verbeteringen bleef het functioneren onvoldoende, mede na een incident met een schot in een wapen in juni 2022. De proeftijd werd verlengd tot februari 2023, waarna eiseres eervol ontslagen werd.
Eiseres voerde in beroep aan dat het besluit ondeugdelijk was, het verbetertraject niet reëel, en dat zij onterecht niet gehoord was. Zij stelde ook dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht tot ontslag kon besluiten, omdat het functioneren onvoldoende was en het verbetertraject voldoende kansen bood. Het hoorrecht was wel geschonden, maar dit leidde niet tot nadeel voor eiseres. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen tot vaste aanstelling waren gedaan.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het ontslag rechtmatig was en de procedure binnen redelijke termijn was afgerond, mede doordat eiseres de procedure vertraagde. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag tijdens de proeftijd wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.