ECLI:NL:RBDHA:2024:9515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 22 december 2022 en ontvangen op 5 januari 2023. Verweerder had uiterlijk 5 juli 2023 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eisers stelden verweerder rechtsgeldig in gebreke op 4 november 2023 en 6 februari 2024, waarna het beroep op 29 februari 2024 werd ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gelet op de aard van de zaak en de jurisprudentie acht de rechtbank een termijn van twintig weken passend waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eisers (€ 437,50) en het door eisers betaalde griffierecht (€ 187). De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 13 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.