ECLI:NL:RBDHA:2024:9445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verbleef bijna zes maanden in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 27 mei 2024 opgeheven na een belangenafweging, mede vanwege het ontbreken van een laissez-passer van de Marokkaanse autoriteiten en de passieve houding van eiser.
De rechtbank toetste eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot 10 mei 2024 en concludeerde dat deze rechtmatig was. De beoordeling in deze zaak richt zich daarom op de periode na die datum. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting en dat hem toezeggingen waren gedaan over opheffing en schadevergoeding, maar deze stellingen werden niet onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel na 10 mei 2024 niet onrechtmatig was, mede omdat eiser zelf door zijn passieve houding de uitzetting vertraagde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.