ECLI:NL:RBDHA:2024:884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser betaalde BPM over een Mercedes-Benz GLE-450 en kreeg een naheffingsaanslag van €2.880 opgelegd, waarbij geen waardevermindering wegens schade was meegenomen. De rechtbank oordeelt dat de aanslag te hoog is vastgesteld en vermindert deze tot €2.200, conform het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2023.
Eiser stelde dat de BPM in strijd was met het Unierecht en dat de CO2-uitstoot lager moest worden vastgesteld vanwege de overgang van meetmethoden, maar deze stellingen werden verworpen. De rechtbank achtte het taxatierapport van eiser onvoldoende onderbouwd en volgde de waardering van de door verweerder ingeschakelde deskundige.
Verder werd vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure ruim 10 maanden langer duurde dan de redelijke termijn, waardoor eiser recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000, waarvan €800 door verweerder en €200 door de Staat worden vergoed. Ook werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €2.200 en eiser krijgt een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.