ECLI:NL:RBDHA:2024:8740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Soedanese nationaliteit, diende op 18 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege slechte opvangomstandigheden in Frankrijk en verwees naar jurisprudentie en rapporten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De verklaringen van eiser over zijn ervaringen in Frankrijk zijn onvoldoende concreet en er is geen sprake van structurele tekortkomingen die een zwaarwegende drempel vormen.
Ook het beroep op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening, gericht op de zorg voor zijn moeder in Nederland, faalt omdat de familieband en de afhankelijkheidsrelatie niet aannemelijk zijn gemaakt. De rechtbank bevestigt eerdere uitspraken en overweegt dat de Dublinverordening niet bedoeld is als route voor regulier verblijf bij familie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser zal worden overgedragen aan Frankrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en hij zal worden overgedragen aan Frankrijk.