ECLI:NL:RBDHA:2024:8338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag na Dublin-overdracht
Eiseres diende op 8 januari 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris weigerde aanvankelijk de aanvraag te behandelen omdat Spanje verantwoordelijk was. Na het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening werd Nederland verantwoordelijk en moest de aanvraag alsnog worden behandeld.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van 15 maanden, inclusief verlenging, is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens beroep in. De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en vernietigt dit.
De rechtbank legt een termijn van 16 weken op waarbinnen de staatssecretaris eerst een gehoor moet houden en daarna een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen 16 weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.