ECLI:NL:RBDHA:2024:7519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres werkte kort als haringsnijder en meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Na een eerste afwijzing van haar WIA-aanvraag werd het bezwaar gegrond verklaard met een aangepast arbeidsongeschiktheidspercentage van 25,68%, maar nog steeds onder de 35% grens voor uitkeringsrecht.
Eiseres voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat zij geen spreekuurcontact had met de tweede verzekeringsarts en onvoldoende gelegenheid had om te reageren op diens rapport. Ook stelde zij dat de geduide functies ongeschikt waren en dat haar medische situatie niet juist was beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de verzekeringsarts b&b voldoende had gemotiveerd waarom afzien van een spreekuurcontact gerechtvaardigd was, mede vanwege de zwangerschap van eiseres. De arbeidsdeskundige had de functies adequaat beoordeeld en toegelicht dat deze binnen de belastbaarheid passen.
De rechtbank vond de medische informatie van eiseres onvoldoende om het oordeel te wijzigen en wees het beroep af. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de wet dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor belangenafweging. Eiseres krijgt geen WIA-uitkering en ook geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.