ECLI:NL:RBDHA:2024:6993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en rechtmatigheid uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 7 mei 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op 19 maart 2024. Deze maatregel is eerder getoetst bij uitspraak van 9 april 2024, waarbij de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting en voerde aan dat Ierland verantwoordelijk zou zijn voor zijn uitzetting. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zich richt op uitzetting naar het land van herkomst, Algerije, en dat de overgelegde documenten uit Ierland geen verblijfsrechtelijke status voor eiser aantonen. De voortgangsrapportage toonde aan dat de staatssecretaris ook na 2 april 2024 voldoende actie heeft ondernomen, waaronder rappellering van de Algerijnse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser.
Verder stelde eiser dat het zicht op uitzetting ontbreekt vanwege eerdere mislukte pogingen en het ontbreken van documenten. De rechtbank concludeerde dat sinds december 2023 identificatie van Algerijnse vreemdelingen via vingerafdrukken mogelijk is en dat de afgifte van een laissez passer is toegezegd. De enkele stelling van eiser is onvoldoende om het ontbreken van zicht op uitzetting aan te nemen.
De rechtbank vond geen aanleiding om de maatregel van bewaring onrechtmatig te verklaren en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.