ECLI:NL:RBDHA:2024:6296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete opgelegd wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning
De eigenaar van een woning kreeg een bestuurlijke boete van €10.000 opgelegd omdat tijdens een controle bleek dat de huurder niet beschikte over een huisvestingsvergunning. De woning viel onder het woningwaarderingssysteem met 156 punten, waarvoor een vergunning verplicht is. De eigenaar voerde aan dat er een grote verbouwing had plaatsgevonden, waardoor de woning tijdelijk onbewoonbaar was, en dat hij investeringen van €65.000 had gedaan die de punten zouden verhogen.
De rechtbank stelde vast dat de eigenaar deze investeringen onvoldoende had onderbouwd en dat de woning dus vergunningplichtig was. De vaste gedragslijn van de gemeente om direct een boete op te leggen bij ontbreken van een vergunning werd niet onredelijk bevonden. De aanvraag voor de vergunning werd pas na de controle ingediend, waardoor de boete terecht was opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die matiging van de boete rechtvaardigden. De eigenaar was een professionele verhuurder en had onvoldoende gedaan om de overtreding te voorkomen. Ook het feit dat later een vergunning werd aangevraagd en verleend, deed niet af aan de ernst van de overtreding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de bestuurlijke boete van €10.000 wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning.