ECLI:NL:RBDHA:2024:5118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland op grond van Kamerbrief en Tolkenregeling
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, verzocht om overbrenging naar Nederland vanwege zijn werkzaamheden als tolk voor ASG in dienst van Defensie. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet behoort tot de groepen die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 zijn aangewezen voor speciale voorzieningen. Eiser stelde dat hij wel een jaar substantiële werkzaamheden had verricht en dat hij onder de motie-Belhaj viel, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek terecht was afgewezen. Het feit dat eiser niet rechtstreeks bij Defensie in dienst was, was niet doorslaggevend, maar eiser voldeed niet aan de voorwaarde van ten minste een jaar structurele werkzaamheden in een voor het publiek zichtbare functie. Ook het beroep op de Tolkenregeling was niet relevant in deze procedure omdat die regeling door de minister van Defensie wordt uitgevoerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit II omdat verweerder ten onrechte het dienstverband als doorslaggevend had beschouwd, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Het beroep tegen het bestreden besluit I werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding van €1.750 toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om overbrenging naar Nederland is terecht afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de criteria uit de Kamerbrief.