ECLI:NL:RBDHA:2024:4782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, een hoogbejaarde vrouw met Alzheimer, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon, referent, in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat er geen sprake is van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, aangezien de afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon niet meer dan gebruikelijk is.
De rechtbank overwoog dat de feitelijke situatie, waaronder het langdurig niet samenwonen, het ontbreken van financiële afhankelijkheid en het feit dat eiseres medische zorg in China kan ontvangen, niet wijst op een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. De stelling dat referent strafrechtelijk vervolgd kan worden bij het niet zorgen voor eiseres werd onvoldoende onderbouwd.
Hoewel eiseres stelde dat de belangenafweging onrechtvaardig was, oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris alle relevante belangen heeft meegewogen en dat de afweging in het nadeel van eiseres voldoende is gemotiveerd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de eis tot maatwerk faalden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde daarmee de afwijzing van de mvv-aanvraag. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.