ECLI:NL:RBDHA:2024:441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De eiser, een Malinese vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 18 oktober 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Mali, mede omdat zijn nationaliteit nog niet was bevestigd en zijn laissez-passer-aanvraag al zeven maanden geleden was ingediend zonder reactie.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat alleen het voortduren daarna relevant was. De rechtbank stelde vast dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Mali in redelijke termijn, mede omdat de eiser meerdere keren niet is verschenen bij geplande presentaties bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Mali, wat noodzakelijk is voor bevestiging van identiteit en nationaliteit.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.