ECLI:NL:RBDHA:2023:20421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder uitzicht op uitzetting afgewezen
Eiser, een Malinese vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was opgelegd. Hij stelde dat er geen uitzicht was op uitzetting naar Mali, omdat zijn nationaliteit nog niet was bevestigd en de aanvraag voor een laissez-passer al zes maanden geleden was ingediend zonder resultaat.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en dat alleen het voortduren sinds die datum relevant was. De rechtbank stelde dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat er geen uitzicht op uitzetting was, hetgeen niet was gelukt. Het voortgangsrapport toonde aan dat meerdere presentaties bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Mali gepland waren, maar eiser verscheen niet, waardoor hij mede zelf verantwoordelijk was voor de langere duur van zijn bewaring.
De rechtbank zag geen aanleiding om de maatregel als onrechtmatig te beoordelen en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.