ECLI:NL:RBDHA:2024:1594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding afgewezen
Eiser, met de Malinese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 18 oktober 2023 door verweerder is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tevens verzocht eiser om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 6 februari 2024 zonder zitting.
De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 8 januari 2024, het moment van sluiting van het eerdere onderzoek. Eiser betoogt dat er geen redelijk zicht is op uitzetting naar Mali, mede omdat verweerder onvoldoende voortvarend zou handelen en geen contact heeft opgenomen met de Malinese autoriteiten voor een nieuwe presentatie.
De rechtbank overweegt dat in het algemeen van redelijk zicht op uitzetting naar Mali kan worden uitgegaan en dat eiser aannemelijk moet maken dat dit in zijn geval ontbreekt. Eiser is hierin niet geslaagd, mede omdat hij niet meewerkt aan presentaties bij de autoriteiten en eerdere presentaties heeft gemist. Verweerder heeft regelmatig contact met de Malinese autoriteiten en heeft inspanningen verricht, waaronder het verzoek voor een schriftelijke presentatie.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat de langere duur van de maatregel niet aan verweerder kan worden toegerekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.