ECLI:NL:RBDHA:2024:4295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser is sinds 27 november 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 22 maart 2024 met telehoren, waarbij eiser niet is verschenen.
Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend en onzorgvuldig handelt omdat bij de eerste reisdocumentaanvraag (lp-aanvraag) de lp afgegeven in Italië niet is meegestuurd, waardoor de uitzetting wordt vertraagd. De staatssecretaris betoogt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting en dat er voldoende voortvarend wordt gehandeld, onder meer door het doen van een nieuwe lp-aanvraag en het voeren van vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 29 december 2023 éénmaal heeft gerappelleerd en daarna een nieuwe lp-aanvraag heeft gedaan. De eerdere lp-aanvraag zonder lp uit Italië maakt het handelen niet onvoldoende voortvarend of onzorgvuldig. Ook is er geen reden om aan te nemen dat de Marokkaanse autoriteiten niet zullen meewerken aan het verstrekken van reisdocumenten. Eiser voldoet niet aan zijn medewerkingsplicht tot vertrek.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.