Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel is gebaseerd op artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en duurt nog voort. Eiser betoogt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld in de periode voorafgaand aan de afgifte van de laissez-passer, met name vanwege het ontbreken van rappellering sinds 26 januari 2024.
De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel van bewaring reeds eerder getoetst en achtte deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig. De beoordeling richt zich nu op de periode vanaf 9 februari 2024. Uit het voortgangsrapport blijkt dat de staatssecretaris op 13 februari en 5 maart 2024 schriftelijk heeft gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Tevens zijn meerdere vertrekgesprekken gevoerd met eiser, en is op 6 maart 2024 de regievoerder geïnformeerd over de ontvangst van de laissez-passer, zodat een vlucht naar Marokko kan worden geboekt.
De rechtbank concludeert dat niet is gebleken van onvoldoende voortvarendheid door de staatssecretaris. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.