Uitspraak
Het standpunt van verweerder
“dat een persoon die een verzoek om internationale bescherming heeft gedaan, daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om het zo snel mogelijk in te dienen”. De rechtbank maakt daaruit op dat niet alleen nationaalrechtelijk maar ook Unierechtelijk het verzoek om internationale bescherming moet worden onderscheiden van de aanvraag. De Dublinverordening, de Procedurerichtlijn en de Kwalificatierichtlijn bevatten geen regels waaruit volgt dat bij een inwilligende beschikking een andere ingangsdatum moet worden gehanteerd dan de datum van de aanvraag waarop wordt beslist. De rechtbank ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat artikel 44, tweede lid, van de Vw 2000, in strijd is met een bepaling van hoger recht zodat verweerder deze niet buiten toepassing had moeten laten.
Bijlage: Wettelijk kader
Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)
artikel 28, eerste lid, onder a, wordt ingewilligd, wordt deze verblijfsvergunning verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen.