ECLI:NL:RBDHA:2024:23278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens geldige Dublin-overname door Polen
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 28 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk is, aangezien eiser in mei 2023 illegaal via Polen de EU is binnengekomen en daar vier tot vijf maanden verbleef. Polen heeft het overnameverzoek van Nederland geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat de overname niet geldig was omdat niet vaststond dat hij illegaal Polen was binnengekomen en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de risico's bij overdracht aan Polen, waaronder mogelijke schendingen van mensenrechten. De rechtbank oordeelde dat het besluit weliswaar een formeel gebrek vertoonde door onjuiste benaming van de bevoegde autoriteit, maar dat dit gebrek niet tot nadeel van eiser leidde en daarom kon worden gepasseerd.
De rechtbank stelde vast dat de twaalfmaandentermijn van artikel 13 Dublinverordening Pro niet was overschreden en dat het vertrouwensbeginsel toepasbaar is, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in Polen in detentie zou worden geplaatst of dat de asielprocedure in Polen ontoereikend is. De minister had de eerdere ervaringen van eiser meegewogen en terecht geen aanleiding gezien om de aanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan zich te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.