Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [nummer] , eiseres
,
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit
niet-ontvankelijk.
Het inhoudelijke beroep
Anders dan in de zienswijze wordt aangevoerd liggen de stelplicht en de bewijslast bij de asielzoeker en is er geen gedeelde bewijslast”.Uit voornoemde uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2024 blijkt dat er bij een beoordeling op grond van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn, wanneer er geen “kale 15c-situatie is”, twee fases moeten worden onderscheiden. De minister moet in de eerste fase alle relevante feitelijke omstandigheden van het geval verzamelen en onderzoeken en daarna in de tweede fase vaststellen bij welk soort in artikel 15 omschreven Pro ernstige schade deze omstandigheden eventueel passen. De Afdeling overweegt verder dat het in eerste instantie aan de vreemdeling is om door middel van zijn verklaringen en documentatie en in samenwerking met de minister alle elementen ter staving van zijn verzoek om internationale bescherming naar voren te brengen. Hoewel de minister in het bestreden besluit ook wijst op de samenwerkingsverplichting, is voornoemde maatstaf over de stelplicht en bewijslast naar het oordeel van de rechtbank te verstrekkend en niet in lijn met de Afdelingsuitspraak. Ook om deze reden is er sprake van een gegrond beroep.